Vierkante kasjmiersjaal, met middenmotief met afgeschuinde hoeken, gevuld met losse bloemen

anoniem, ca. 1830 - ca. 1840

Vierkante palmensjaal, geweven van wol, met een wit midden waarvan de hoeken afgeschuind zijn. Het midden is gevuld met losse bloemen en omrand met dicht opeenstaande bloemen.Het patroon is symmetrisch om beide kruisassen. In het hart een fijne sterbloem in geel, rood, grijs en wit. Daaromheen acht in een ruit geplaatste losse bloemen in dezelfde kleuren, waarvan vier anjers met een binnenwaartse bota en vier palmetvormige anjers. Daaromheen een kring van twaalf bloemen, waarvan acht anjers in geel en vier bladvormige gele bloemen. Een buitenste rand van twintig andere bloemen, vier maal twee spitsovaal en de middelste bladvormig, welke laatste vastzit aan de fijn getekende rasterwerkhoeke waarover kleine bota's staan en een vierkant. De rand bestaat uit vloeiende golvende ranken, vol met dito bloemen in dezelfde kleuren. de zijranden lopen met hun lijsten door over de dwarsen. De techniek is keperbinding. de inslag is van achter deels gelanceerd, deels afgeknipt. Effen inslagen in rood, saffraangeel, citroengeel en beige. De franje in het midden wit, daarnaast partieel gekleurd in geel en beige.

  • Soort kunstwerkkleding, palmensjaal, kasjmiersjaal
  • ObjectnummerBK-1978-307
  • Afmetingengeheel: lengte 166 cm x breedte 167 cm
  • Fysieke kenmerkenWol

Identificatie

  • Titel(s)

    Vierkante kasjmiersjaal, met middenmotief met afgeschuinde hoeken, gevuld met losse bloemen

  • Objecttype

  • Objectnummer

    BK-1978-307

  • Beschrijving

    Vierkante palmensjaal, geweven van wol, met een wit midden waarvan de hoeken afgeschuind zijn. Het midden is gevuld met losse bloemen en omrand met dicht opeenstaande bloemen.Het patroon is symmetrisch om beide kruisassen. In het hart een fijne sterbloem in geel, rood, grijs en wit. Daaromheen acht in een ruit geplaatste losse bloemen in dezelfde kleuren, waarvan vier anjers met een binnenwaartse bota en vier palmetvormige anjers. Daaromheen een kring van twaalf bloemen, waarvan acht anjers in geel en vier bladvormige gele bloemen. Een buitenste rand van twintig andere bloemen, vier maal twee spitsovaal en de middelste bladvormig, welke laatste vastzit aan de fijn getekende rasterwerkhoeke waarover kleine bota's staan en een vierkant. De rand bestaat uit vloeiende golvende ranken, vol met dito bloemen in dezelfde kleuren. de zijranden lopen met hun lijsten door over de dwarsen. De techniek is keperbinding. de inslag is van achter deels gelanceerd, deels afgeknipt. Effen inslagen in rood, saffraangeel, citroengeel en beige. De franje in het midden wit, daarnaast partieel gekleurd in geel en beige.


Vervaardiging

  • Vervaardiging

    weverij: anoniem, Oostenrijk (mogelijk)

  • Datering

    ca. 1830 - ca. 1840

  • Zoek verder op


Materiaal en techniek

  • Fysieke kenmerken

    Wol

  • Afmetingen

    geheel: lengte 166 cm x breedte 167 cm


Verwerving en rechten

  • Credit line

    Schenking van jkvr. C.I. Six, 's-Graveland

  • Verwerving

    schenking 1978

  • Copyright


Duurzaam webadres