Dit kanon werd in 1894 op Lombok buitgemaakt door de Nederlandse krijgsmacht. Nederland voerde in dat jaar een koloniale oorlog gericht tegen de heersende vorst op Lombok, radja Ratu Agung Agung Gde Ngurah Karangasem. In augustus had het Nederlandse leger op Lombok een grote nederlaag geleden. Onmiddellijk volgde een reactie. In drie maanden tijd werden dorpen op Lombok met artillerie beschoten en afgebrand. Paleizen en hofsteden van de vorsten op Lombok, werden met de grond gelijk gemaakt. Soldaten en officieren sloegen aan het plunderen. Het roven en bemachtigen van wapens, maar ook van allerhande belangrijke cultuurgoederen gebeurde onder regie van het koloniale gouvernement. Met als gevolg: groot verlies van mensenlevens en bezittingen – wapens en culturele kostbaarheden - onder de vorstenhoven en bevolking op Lombok. Het Ministerie van Koloniën zond dit kanon, dat onderdeel was van grotere groep buitgemaakte wapens, naar Nederland. In 1895 werd deze oorlogsbuit overgedragen aan het Rijksmuseum. Na binnenkomst werd in het inventarisboek genoteerd: “op Lombok in 1894 veroverd".