De prent gaat over de voormalig Duitse keizer, de laatste regerende Hohenzollern, Wilhelm II (1859-1941). Zijn beleid was een 'persönliches Regiment' en hij richtte zich op het inhalen van de imperialistische grote mogendheden. Toen de nederlaag zich in de Eerste Wereldoorlog aftekende werd hij - hoewel officieel opperbevelhebber van het leger - in feite aan de kant geschoven door de legerleiding en werd zo gedwongen afstand te doen van de troon. Hij vroeg in Nederland politiek asiel aan en verkreeg deze op grond van het asielrecht, ondanks dat de geallieerden aandrongen op zijn uitlevering om hem als oorlogsmisdadiger te berechten. Wilhelm kwam op 10 november 1918 in Nederland aan, waar hij in kasteel Amerongen opgevangen werd. In 1920 kocht hij Kasteel Huis Doorn aan, waar hij tot aan zijn dood in 1941 verbleef. Hier heeft hij zijn laatste dagen gesleten met zijn favoriete bezigheid: het hakken van bomen. Naast deze bezigheid schreef Wilhelm nog regelmatig telegrammen aan zijn oude 'wapenbroeders' (personen uit het Duitse leger). Dit tot grote ergernis van vele Nederlanders (zie een ingezonden brief uit de Haagse Post van 25 juni 1932). Na zijn dood werd Wilhelm te Doorn begraven. Naast het onder -en bovenschrift verscheen bij de prent ook nog een krantenknipsel met de volgende inhoud: "Den op den tweeden wapendag der Duitsche kameraden cavaleristen verzamelden ouden kameraden, zend ik mijn groet. Met groote erkentelijkheid herdenk ik de prestaties van de ruiterij in den wereldoorlog. Op alle oorlogstooneelen waren haar lansen en karabijnen evenzeer gevreesd. Richtsnoer voor haar handelen was steeds het bevel van Frederik den Grooten: "De Pruisen zullen den vijand het eerst attaqueren". Deze frissche riddergeest slaat in oorlog en vrede elken vijand. Met dit trotsche gevoel mogen de oude cavaleristen van den Wapendag naar hun burgerlijk beroep terugkeren, bezield door den heligen plicht rusteloos te strijden voor de wederoprichting van ons vaderland op de oude onwrikbare basis: voorwaarts voor eer en weer. - Wilhelm I.R." Wilhelm II schreef dergelijke telegrammen nog geregeld aan personen uit het Duitse leger. Niet zeker is of dit bijgevoegde krantenknipsel daadwerkelijk van Wilhelm II geciteerd is.