Dubbelloops vuursteendraailoopkarabijn of -pistool

anoniem, ca. 1690

Dubbelloops vuursteendraailoopkarabijn of -pistool. De achterslotplaat is gegraveerd met bladerranken rond het woord MASTRECK. De twee lopen zijn boven elkaar gemonteerd; de lopen zijn rond, behalve bij de afgeplatte vlakken aan de achterzijde boven, met vizierkeep, en rechts; bovenop de tromp zit een zilveren vizierkorrel. Een van de lopen heeft bovenop drie merken: een onduidelijk stempel, en verder achtereenvolgens de proef- en de inspectiemerken van de Gunmakers Company van Londen. De notenhouten kolf bestaat uit drie delen: een voorlade, aan beide zijden gegroefd, met de laadstok aan een kant, vervolgens een kort stuk, en dan na twee scheidingsplaten een open zgn. skeletkolf; tussen de laatste twee stukken in is de kolf afneembaar, waardoor het kleine geweer ook als pistool kan worden gebruikt. Het ijzeren beslag bestaat uit één laadstokkoker, een trekkerbeugel met de deblokkerings-pal voor het draaimechanisme, een schroefplaat van ijzerblik met ajour bewerkt lofwerk, en een korte gordelhaak die met de achterste slotbout aan de lade vastzit; geen kolfplaat; de laadstok is voorzien van een kap van koehoorn.

  • Soort kunstwerkvuursteenpistool, superposee, draailooppistool, vuursteenkarabijn
  • ObjectnummerNG-2002-23-228
  • Afmetingengeheel: lengte 81,1 cm x gewicht (eigenschap) 1815 g, loop: lengte 44,5 cm, kaliber: diameter 14,1 mm

Identificatie

  • Titel(s)

    Dubbelloops vuursteendraailoopkarabijn of -pistool

  • Objecttype

  • Objectnummer

    NG-2002-23-228

  • Beschrijving

    Dubbelloops vuursteendraailoopkarabijn of -pistool. De achterslotplaat is gegraveerd met bladerranken rond het woord MASTRECK. De twee lopen zijn boven elkaar gemonteerd; de lopen zijn rond, behalve bij de afgeplatte vlakken aan de achterzijde boven, met vizierkeep, en rechts; bovenop de tromp zit een zilveren vizierkorrel. Een van de lopen heeft bovenop drie merken: een onduidelijk stempel, en verder achtereenvolgens de proef- en de inspectiemerken van de Gunmakers Company van Londen. De notenhouten kolf bestaat uit drie delen: een voorlade, aan beide zijden gegroefd, met de laadstok aan een kant, vervolgens een kort stuk, en dan na twee scheidingsplaten een open zgn. skeletkolf; tussen de laatste twee stukken in is de kolf afneembaar, waardoor het kleine geweer ook als pistool kan worden gebruikt. Het ijzeren beslag bestaat uit één laadstokkoker, een trekkerbeugel met de deblokkerings-pal voor het draaimechanisme, een schroefplaat van ijzerblik met ajour bewerkt lofwerk, en een korte gordelhaak die met de achterste slotbout aan de lade vastzit; geen kolfplaat; de laadstok is voorzien van een kap van koehoorn.

  • Opschriften / Merken

    • inscriptie, slotplaat, gegraveerd: ‘MASTRECK’ (De spelling MASTRECK, geeft vermoedelijk aan dat dit geweer voor export naar Frankrijk was bestemd [Puype, 1996].)
    • stempel, loop, gestempeld: Proef- en inspectiemerk van de Gunmakers Company van Londen (Hr. 8636 en 8637). Deze merken werden omstreeks 1670 ingevoerd. Gezien deze merken is dit geweer uiteindelijk in Engeland terechtgekomen. De uitvoering van de merken wijst op de periode 1688 tot ca. 1740 [Puype, 1996].
    • stempel, loop, gestempeld: onduidelijk merk

Vervaardiging

  • Vervaardiging

    geweermaker: anoniem, Maastricht

  • Datering

    ca. 1690

  • Zoek verder op


Materiaal en techniek

  • Afmetingen

    • geheel: lengte 81,1 cm x gewicht (eigenschap) 1815 g
    • loop: lengte 44,5 cm
    • kaliber: diameter 14,1 mm

Verwerving en rechten

  • Credit line

    Aankoop uit de Collectie H.L. Visser, met steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Ministerie van OCenW, het Ministerie van Defensie, het VSBfonds, de BankGiro Loterij en het Rijksmuseum Fonds

  • Verwerving

    aankoop 2002

  • Copyright


Documentatie

    • afb. 51
    • Documentatiemap.

Duurzaam webadres