No image available

Huizinga versus Schmidt-Degener. Twee meningen over het Historisch Museum

Abstract

In 1918 publiceert de Nederlandsche Oudheidkundige Bond - daarmee gewijzigde visies op museale presentatie volgend - aanbevelingen om in RM scheiding door te voeren tussen voorwerpen van kunstwaarde en die van historisch belang. De oppositie daartegen, de opvattingen van Frits Lugt, Huizinga, Jan Kalf en Schmidt-Degener, hun rol in de Museumkwestie (1919). Uitweiding over het - niet overgenomen - voorstel van de Bondscommissie, tot instelling van drie soorten museums en een Museumraad. De Raad wordt teruggebracht tot Commissie van Advies onder voorzitterschap van Huizinga. Benoeming van Schmidt-Degener tot directeur RM. Tussen 1922 en 1941 voert deze ingrijpende reorganisaties door. Ten aanzien van de inrichting van het Nederlands Museum voor Geschiedenis ligt er - zo wordt het geformuleerd - een negatief principe aan ten grondslag. Geschetst worden het wel en wee van de Commissie, de tegenstelling tussen Huizinga en Schmidt-Degener, diens optreden en artistieke voorkeuren.

Related objects

  • Part of

    Bulletin van het Rijksmuseum : 43(1995), p. 308-316

  • Part of


Type

  • Language


Persistent URL