No image available

Gouden eeuwen: instituties en de bloei der kunsten in Europa (1400-1800)

By


Abstract

In de Nederlandse kunstgeschiedenis blijkt onderzoek naar verband tussen economie en kunst bijna 100 jaar oud. Economen als Martin, Floerke, Bok, North, de Vries, Van der Woude, maar vooral Montias, hebben gedachtegangen ontwikkeld die het bijzondere karakter van de Hollandse kunst verklaren uit economische factoren. Die redeneringen worden gevolgd waarbij gekeken wordt naar vraag en aanbod en naar organisatie van productie. Belicht wordt de rol van gilden en academies, maar ook van marktpartijen als klanten, handelaars, producenten. Uitgegaan wordt van de situatie in de 17de eeuwse Republiek, maar aangetoond wordt dat de daar gewonnen inzichten ook elders in Europa van toepassing zijn. Geconcludeerd wordt dat Gouden Eeuwen niet één enkele oorzaak hebben. Aangetoond wordt dat wanneer eenmaal aan bepaalde economische voorwaarden - hoofdzakelijk die van voldoende vraag - was voldaan, instituties belangrijk konden bijdragen aan het ontstaan van vernieuwende en hoogwaardige kunst.

Is about

  • Subject

  • Period

    1600-1699


Related objects

  • Part of

    Bulletin van het Rijksmuseum : 49(2001), p. 28-43

  • Part of


Annotations / title notes

  • Notes

    • Zie ook: Bulletin van het Rijksmuseum 49(2001), p. 2-11, 12-27, 44-60, 61-71, 72-83, 84-99
    • Voordracht gehouden tijdens het symposium The Shifting Image of the Golden Age op 29 en 30 mei 2000

Persistent URL